27 feb 2018

Elektrische bussen breken door

Het openbaar vervoer (OV) in Nederland telt ruim 5.000 bussen. Deze moeten uiterlijk in 2030 volledig emissievrij zijn. Daarnaast moeten vanaf 2025 alle nieuwe OV-bussen emissievrij zijn. Doordat de OV-concessies – vastgelegde afspraken voor de vervoersmaatschappij - meestal 8 jaar doorlopen zal de groei van elektrisch busvervoer komende jaren heel snel gaan. Dit vraagt naast het ruimtelijke ordeningsvraagstuk om slim omgaan met de beschikbare energie en dus om slim laden.

Door: Paul Broos

De OV-autoriteiten hebben in het Bestuursakkoord ‘Zero Emissie Regionaal Openbaar Vervoer Per Bus’ afgesproken dat alle OV-bussen uiterlijk in 2030 ‘uitstootvrij’ moeten zijn. Dat kan in de vorm van een volledig elektrische bus of een bus die rijdt op waterstof. De volledig elektrische bus kan qua business case concurreren met conventionele dieselbussen. De exploitatie van waterstofbussen is op dit moment nog veel duurder. Verwachting is hierdoor dat vooral batterij elektrische bussen snel gemeengoed zullen worden.

Op dit moment worden grote pilotonderzoeken uitgevoerd met elektrische bussen in onder meer regio Amsterdam (103 bussen), Eindhoven (43 bussen), Den Bosch, Utrecht, Dordrecht en Venlo. In nieuwe concessies wordt op vrijwillige basis ook al een deel van de busvloot geëlektrificeerd, dat duidt er op dat de groei van het elektrisch busvervoer op dit moment heel snel gaat.

Grote of kleine accu

Een OV-bus rijdt gemiddeld 80.000 km per jaar; het energieverbruik bedraagt 0,8 tot 1,5 kWh per km (Bron: Viriciti (2018)), afhankelijk van de route en de weersomstandigheden. Dit betekent dat de e-bussen samen ruim 0,5 TWh zullen verbruiken, dit is ongeveer 0,5% van de totale Nederlandse energiemarkt.

OV-vervoerders kunnen kiezen voor een bus met een grote (300 kWh +) accu die alleen ’s nachts wordt opgeladen of een bus met een kleinere accu die onderweg bij haltes wordt bijgeladen. Met name depot charging biedt veel kansen voor flexibiliteit: immers een bus hoeft gemiddeld maar 5 uur te laden  terwijl deze vaak wel 8 uur of langer in de remise staat. Dit biedt de mogelijkheid om met slim laden de exploitatie te optimaliseren.

Oplaadtechnieken

Er zijn verschillende oplaadtechnieken voor elektrische bussen. Deze kunnen ’s nachts in de remise worden opgeladen met 60 kW door middel van eigen opladers, maar het kan ook onderweg, bij bushaltes en eindpunten met snelladers (250-600 kW). Uiteraard is een combinatie van deze vormen van ‘depot charging’ en ‘opportunity charging’ ook mogelijk.

Daarnaast bestaat ‘in motion charging’ waarbij bussen onder het rijden opladen aan een bovenleiding (vergelijkbaar met een trolleybus met als verschil dat deze bussen tot 80% van de route autonoom, dus zonder bovenleiding kunnen rijden, door de hoge kosten van de infrastructuur en de impact op de ruimtelijke ordening is de verwachting dat deze oplossing kleinschalig zal blijven.

 

Voor een correcte werking maakt deze website gebruik van cookies.Accepteren Meer informatie